Wist u wat één van de oudste Europese notensoorten is?

Uit historische vondsten is bekend dat onze voorouders uit het Neolithicum al hazelnoten aten. De noten konden lang worden bewaard en dat maakte ze tot een zeer belangrijk voedingsmiddel. Omdat de hazelnootplant zeer sterk is, kon deze zich na de laatste ijstijd snel weer uitbreiden. 10.000 jaar geleden was zij vooral in gebieden ten noorden van de Alpen en in de bosgebieden van Centraal-Europa te vinden. Vandaag de dag groeit zij ook in onze tuinen. Naast gezonde vetzuren en zink, bevatten hazelnoten bijzonder veel vitamine E. Vitamine E is een sterk antioxidant. Het zou een belangrijke rol spelen bij de preventie van hart- en vaatziekten en kanker. Naast belangrijke mineralen zoals calcium, fosfor en ijzer, bevatten hazelnoten bovendien secundaire plantenstoffen en vezels die onze spijsvertering stimuleren.